|
De elevator pitch dient als een kort en krachtig verkoopverhaal, dat ook binnen 1 minuut verteld kan worden.
Algemeen
- Zorg voor een kernachtige opening waarin duidelijk wordt dat je een probleem oplost of een behoefte vervult. Duidelijk wordt dat de (unieke) oplossing of aanpak een “must have” is.
- Beschrijf concreet en to the point wat de voordelen zijn wanneer jij wordt ingezet.
- Een elevator pitch dient niet om je te “pitchen” maar om je voordelen voor het voetlicht te brengen.
- Trek de aandacht van de lezer: bedenk iets herkenbaars, gebruik iets pakkends waar mensen een beeld bij kunnen vormen of maak het tastbaar. Maak bijvoorbeeld de vergelijking tussen jezelf en een bekend bedrijf, product of dienst. Schrijf niet “Ik implementeer ERP-systemen, maar “Ik zorg voor een feilloos werkend bedrijfsinformatiesysteem”.
- Toon passie: Een goede pitch maakt de lezer enthousiast. Laat de kracht en je drive om zaken aan te pakken zien en voor je spreken.
Inhoud
Titel:
Benoem je gewenste rol en voeg een bondig verwoorde kerncompetentie toe. Telt circa 8 woorden!
Pitch:
Een elevator pitch telt maximaal 120 woorden. Na het lezen van de elevator pitch weet de werkgever/opdrachtgever:
- wat je zoekt
- wat voor persoon je bent
- welke kwaliteiten je inbrengt
- wat je ideale uitdaging is
- welke oplossingen je creëert
- wat hij/zij aan je heeft.
Schrijfwijzer:
Gebruik begrijpelijke taal. Schrijf open, krachtig en prikkelend.
- Houd het kort en bondig.
- Wees helder en concreet.
- Geen zinnen van meer dan twaalf woorden.
- Vanuit de 3e persoonsvorm enkelvoud (hij/zij), maar zonder persoonlijk voornaamwoord te gebruiken. Bijvoorbeeld: ‘Inspirerende, aanstekelijke manager. Kent de multinational maar ook…’
- Maak van elke werkwoordsvorm tegenwoordige tijd.
- Beperk veel werkwoordsvormen achter elkaar: hooguit 2
- Gebruik geen technische termen.
- Schrap afzwakkers zoals ‘misschien’, ‘eventueel’, ‘een beetje’.
En, we kunnen het niet vaak genoeg zeggen: laat zien dat je enthousiast bent en lol en passie hebt in je werk!
|
(Nieuwsbrief november 2010) |